Wat te doen bij een vermoeden van asbest?

Indien u een vermoeden heeft dat u asbest bent tegen gekomen of u wilt weten of u te maken heeft met mogelijk asbesthoudende producten, dan kunt u het beste een inventarisatie laten uitvoeren.

Voorafgaand aan renovatie- of sloopwerkzaamheden, zijn eigenaren van oudere gebouwen verplicht om een asbestinventarisatie uit te laten voeren.

Bedrijven die inventarisaties uitvoeren vindt u op de site van Ascert of via google zoek op (Asbest inventarisatie).

Asbestinventarisatie

Bij iedere verwijdering van asbest, is een asbestinventarisatie rapport noodzakelijk. Verwijdering van asbesthoudende materialen mag pas plaats vinden op het moment dat er een asbestinventarisatie rapport aanwezig is.

Er bestaan verschillende vormen van asbestonderzoek. U kunt een risico-analyse laten maken, of een globaal onderzoek uit laten voeren. Bij sloop van gebouwen is echter vrijwel altijd een volledig asbestonderzoek verplicht.

Een asbestinventarisatie kan dan duidelijkheid verschaffen. En zelfs als asbestverdacht materiaal is aangetroffen, kan alleen onderzoek met een elektronenmicroscoop uitwijzen of het ook echt asbest is.

Dit mag alleen verricht worden door hiervoor speciaal gecertificeerde asbestinventarisatie-bedrijven, die in het bezit zijn van het Procescertificaat asbestinventarisatie. Bij sloop van objecten is altijd een volledige asbestinventarisatie verplicht. Bij zo’n volledige asbestinventarisatie wordt de bouwgeschiedenis bestudeerd en wordt ter plekke gekeken of er asbestverdachte materialen in een pand of object aanwezig zijn. Indien wenselijk kan een risico-analyse inzicht geven in mogelijk gevaar voor de gezondheid. Als asbest is aangetroffen kunnen grond- en luchtmonsters aantonen of er concentraties asbestvezels aanwezig zijn die de wettelijke norm overschrijden.

In de norm Procescertificaat Asbestinventarisatie’ (vroegere SC540-certificaat) wordt onderscheid gemaakt tussen een type A, type B en type 0 onderzoek.

Type A

Op grond van de SC-540 dient de opdrachtgever zelf zorg te dragen voor het aanleveren van documenten waaruit de toepassing van asbest en asbesthoudende producten blijkt. Dit kunnen bouwtekeningen, archieven van verbouwingen of renovaties, beschrijvingen van calamiteiten of incidenten of eventueel eerder uitgevoerde asbest(deel)saneringen zijn. U kunt dit ook bewerkstelligen door archieven aan ons beschikbaar te stellen. Daarnaast moet de opdrachtgever de mogelijkheid bieden (indien van toepassing) (ex-)werknemers te laten interviewen.

De uitvoering van de asbestinventarisatie dient zo plaats te vinden dat een onbelemmerde door- en toegang tot ALLE ruimtes mogelijk is. De inventarisatie mag met behulp van handgereedschap (al dan niet met licht destructief onderzoek) uitgevoerd worden. Als bij een type A onderzoek niet alle ruimtes toegankelijk zijn, kan een vervolg type A onderzoek worden uitgevoerd als het gebouw of de ruimte niet meer in gebruik is. Hiervan wordt dan een aanvullende rapportage opgesteld.

In het Procescertificaat asbestinventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen bouwwerken en objecten. Het is toegestaan een deel van een bouwkundige eenheid te onderzoek (bijvoorbeeld alleen de dakbedekking of een vensterbank in een ruimte) Het is niet toegestaan afzonderlijke bronnen of constructiedelen te inspecteren

De indeling van alle asbesthoudende materialen in risicoklassen wordt uitsluitend uitgevoerd met behulp van SMA-rt (StoffenManager Asbest), een digitaal instrument dat via internet beschikbaar is. De risicoklasse is mede afhankelijk van de methode van verwijdering. Het voordeel van deze manier van risicoklassebepaling is dat een uniforme uitkomst gegarandeerd wordt. Ieder afzonderlijk adviesbureau moet uiteindelijk op dezelfde risicoklasse uitkomen.

Type B

Een type B onderzoek wordt altijd uitgevoerd als vervolg op een type A onderzoek. De gemeente kan bijvoorbeeld een sloopvergunning afgeven onder voorwaarde dat tijdens de sloop het (door het asbestinventarisatiebureau geadviseerde) type B onderzoek wordt uitgevoerd.

Een type B onderzoek wordt geadviseerd wanneer tijdens het type A onderzoek een redelijk vermoeden bestaat van de aanwezigheid van niet direct waarneembaar asbest. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij riolering onder de woning of verloren bekisting bij funderingen. Tijdens dit type B onderzoek zal zwaar destructief onderzoek warden uitgevoerd.

Het type B onderzoek onderscheidt zich van het vervolg type A onderzoek doordat het hier gaat om materialen die niet direct waarneembaar zijn en waarbij zwaar destructief onderzoek moet plaatsvinden.

Type 0

Een type 0 onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan een risicobeoordeling conform NEN 2991. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of er asbest aanwezig is in een gebouw dat nog in gebruik is. Wanneer is vastgesteld dat binnen een (nog in gebruik zijnd) gebouw asbest aanwezig is, kan aanvullend een risicobeoordeling worden uitgevoerd conform NEN 2991.

Dit onderzoek is dus NIET geschikt voor het aanvragen van een sloopmelding.

Er dient goed acht op te worden geslagen of er nog asbesthoudende materialen aanwezig kunnen zijn. Hierbij kunt u dus te maken krijgen met vervolgonderzoeken (type A) of met onderzoeken tijdens de sloop van gebouwen (type B) vanwege niet direct waarneembaar asbest.

Bij afzonderlijke onderdelen in een gebouw dient per geval te worden beoordeeld of dit als deel van een bouwwerk als object kan worden beschouwd

Daarnaast is de opdrachtgever dus zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van een historisch onderzoek (desk research), iets wat voorheen door het inventarisatiebureau werd uitgevoerd